Column Twan Huys: Eiland
26 jun 10
Op zoek naar het eeuwige geluk stranden we op een parkeerplaats voor het Zwitserse meer van Biel.
We zijn op zoek naar de plek waar de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau de gelukkigste weken van zijn leven doorbracht. Hier dobberde hij in een roeiboot voor de kust van het eiland en beleefde momenten van totale extase. Niet gering voor een hypochonder die leed aan achtervolgingswaanzin en op voet van oorlog leefde met tijdgenoten als Diderot.
St. Petersinsel was in de tijd van Rousseau een eiland, nu is het verbonden met een weg naar het vaste land. We hebben het hotel geboekt waar Rousseau twee maanden heeft gelogeerd. Op weg naar dit geluksparadijs stuiten we op een slagboom. De weg is afgesloten, dit is een beschermd natuurgebied. Achter me beveelt een Zwitserse grijsaard dat ik onmiddellijk moet opdonderen: "Gehen Sie hier sofort weg!"
Als ik naar het hotel bel, blaft een vrouw me toe: "U had uw mailbevestiging beter moeten lezen. Wij zijn alleen bereikbaar per boot en de eerstvolgende vertrekt binnen vijftien minuten, tevens de laatste voor vandaag."
Paniek! Hoe krijgen we een peuter en een kleuter plus bijbehorende koffers, kinderwagens en boeken binnen tien minuten op een boot die minstens vijftien minuten verderop vertrekt. En oh ja, mijn euro’s zijn waardeloos bij de parkeermeter die alleen Zwitserse francs accepteert. Een patatzaak verderop wisselt valuta tegen een onredelijk tarief. Ik sleur mijn huilende zoon over de steiger naar de ferry, de rest van de familie is een minuut eerder de loopplank opgerend.
Als we goed en wel zitten, begint het te regenen en een storm breekt los. Het is eind juni. Rond deze tijd van het jaar ligt de gemiddelde temperatuur hier rond de 24 graden. Wij trekken nog een trainingsjack aan. Buiten vriest het.
"Van alle plaatsen waar ik heb gewoond heeft er niet een me zo werkelijk gelukkig gemaakt en een zo zoet heimwee achtergelaten als het Petersinsel in het meer van Biel," schrijft Rousseau in zijn laatste boek Overpeinzingen van een eenzame wandelaar. Dat was in 1765, bijna 250 jaar geleden. Dit zijn andere tijden.
Mijn vrouw kijkt strak voor zich uit. De kinderen vragen betraand of de overtocht nog lang duurt. Bij aankomst blijkt het hotel op vijftien minuten loopafstand van de steiger. We ploegen door de modder. Waarom moest ik zonodig in de voetsporen reizen van de ongelukkigste mens op aarde? Wordt vervolgd.
Reacties die niet in overeenstemming zijn met de NOVA reactie
richtlijnen zullen verwijderd worden. Meer informatie hier over vindt u in de reactie FAQ